Het EU-kader voor duurzaamheidsregelgeving – uw weg vinden door het doolhof

Door GAIL Europe Regional Board

Het EU-kader voor duurzaamheidsregelgeving – uw weg vinden door het doolhof

Het is inmiddels bekend dat de Europese Unie, om de duurzame transformatie van de economie te bevorderen, wereldwijd het voortouw neemt bij het opzetten van het eerste transnationale kader voor duurzaamheidsregelgeving. De EU heeft een marktgerichte benadering geschuwd en belangrijke stappen gezet in het vormen van zinvolle kaders van onderling verbonden principes op grote schaal, algemeen bekend als het “EU Sustainable Finance Framework”.

Wat voor velen (of misschien wel de meesten) minder duidelijk is, is hoe dit kader hun bedrijf zal beïnvloeden, direct en indirect – met name voor degenen wiens bedrijf zich uitstrekt buiten de geografische reikwijdte van de EU. Vanwege het trickle-down-effect is er geen enkel bedrijf meer in Europa – en weinig daarbuiten – dat niet op zijn minst indirect wordt beïnvloed door deze regelgeving. Dit komt niet alleen doordat grote bedrijven en banken hun verplichtingen tot directe rapportage over waardeketens en financieringsrisico's doorschuiven naar kleinere bedrijven zonder een verplichting tot directe rapportage; of dat ze voorbereid moeten zijn op het feit dat klanten, banken en investeerders steeds meer duurzaamheid eisen door vragenlijsten te versturen of zelfs duurzaamheidsrapporten op te vragen op basis van de CSRD-richtlijn. Iedereen die weigert of niet eerlijk antwoordt, moet er rekening mee houden dat hij in het ergste geval de toegang tot EU-markten en -financiering verliest.

De Europese Raad van de Global Alliance of Impact Lawyers (GAIL) kijkt nauwlettend naar het EU Sustainable Finance Framework. GAIL-juristen, in de privépraktijk, in-house en in andere juridische rollen, zijn actief betrokken bij het Sustainable Finance Framework, kijken hoe het aansluit bij de huidige best practices in duurzaam beleggen en denken kritisch na over hoe het de toekomst van duurzaam beleggen in Europa en de rest van de wereld zal beïnvloeden. Om deze expertise breder te delen, hebben we bij GAIL deze korte, praktische introductie tot de belangrijkste aspecten van het EU Sustainable Finance Framework voorbereid.

Vervolgens gaan we dieper in op specifieke wettelijke vereisten en, in samenwerking met het wereldwijde GAIL-netwerk, betrekken we de perspectieven van de mensen in het mondiale zuiden. Zij hebben het meeste profijt van deze snel veranderende regelgeving, maar zijn er ook het meest bij betrokken.

EU-kader voor duurzame financiering

De drie belangrijkste EU-wetgevingen die verankerd zijn in het EU-kader voor duurzame financiering en nauw met elkaar verbonden zijn, zijn de EU-taxonomieverordening en de richtlijn inzake verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen (CSRD), en de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR).

Door een lexicon te creëren van waar we het over hebben als we het over duurzaamheid hebben, EU-taxonomieverordening zorgt er effectief voor dat de rest van het EU Sustainable Finance Framework op een coherente en effectieve manier kan werken. Het biedt een classificatiesysteem dat een uniform begrip van "groen" of "duurzaam" creëert en al van toepassing is binnen het kader van de CSRD en SFRD.

  • De Taxonomieverordening heeft rechtstreekse gevolgen voor grote ondernemingen (d.w.z. ondernemingen met meer dan 500 werknemers en een balans van meer dan 25 miljoen euro of een netto-omzet van meer dan 50 miljoen euro) die ook instellingen van openbaar belang zijn (d.w.z. EU-beursgenoteerde ondernemingen). Deze ondernemingen zijn verplicht om (geconsolideerde) niet-financiële overzichten op te nemen, met inbegrip van hoe en in welke mate hun activiteiten verband houden met ecologisch duurzame economische activiteiten met betrekking tot gerelateerde omzet, kapitaaluitgaven (capex) en operationele uitgaven (opex).
  • Bovendien heeft de Taxonomieverordening, door een gestandaardiseerde taal voor duurzaamheidsmaatstaven te creëren, ook gevolgen voor iedereen die duurzaamheid in zijn eigen investeringen wil erkennen – hetzij door te voldoen aan andere regelgeving op het gebied van duurzaamheid, commercieel via ‘groene’/‘duurzame’ obligaties of soortgelijke producten, of door reclame te maken voor zijn duurzaamheidsreferenties.

Een belangrijk aspect van het EU-kader voor duurzame financiering is verplichte rapportage voor een toenemend aantal bedrijven, zowel wat betreft de impact van ESG-kwesties op de waarde van het bedrijf als de impact van het bedrijf op het milieu en de maatschappij in het algemeen (de zogenaamde “dubbele materialiteit”). Dit omvat ook, direct en indirect, niet-EU-bedrijven, zoals in dit stuk zal worden aangetoond. Rapportagevereisten vereisen het gebruik van en vloeiendheid in de hierboven genoemde Taxonomieverordening.

  • De eerste belangrijke rapportageverplichtingen ontstaan ​​onder de CSRD een ander belangrijk stuk in de puzzel van de EU-duurzaamheidsrapportage. Het werd in januari 2023 aangenomen en zou uiterlijk in juli 2024 door de EU-lidstaten in nationale wetgeving worden geïmplementeerd, maar twee derde van de lidstaten is daar niet in geslaagd. De implementatie is uitgesteld tot 2026 voor sectorspecifieke rapportagevereisten en alleen voor niet-EU-bedrijven. De CSRD volgt een gefaseerde aanpak en is vanaf 2024 van toepassing op alle grote bedrijven van openbaar belang volgens het bovenstaande (rapportage in 2025 op basis van gegevens uit 2024), gevolgd in 2025 door grote bedrijven met meer dan 250 werknemers en hetzelfde balanstotaal of dezelfde netto-omzet als hierboven. De implementatie is uitgesteld tot 2026 voor sectorspecifieke rapportagevereisten en alleen voor niet-EU-bedrijven. Vanaf 2026 gelden rapportageverplichtingen ook voor alle in de EU genoteerde mkb-bedrijven (met uitzondering van microbedrijven), een verplichting die echter kan worden uitgesteld tot 2028.
  • De CSRD is niet alleen indirect van toepassing op niet-EU-bedrijven (het vereist van bedrijven die binnen het toepassingsgebied vallen dat ze rapporteren over de ESG-impact van hun waardeketen, voor zover deze materieel is, waarbij de bovenstaande dubbele materialiteitstest wordt toegepast), het is ook rechtstreeks van toepassing op bepaalde niet-EU-bedrijven. Dit heeft met name gevolgen voor bedrijven die genoteerd zijn op een gereguleerde EU-markt met effecten zoals aandelen of obligaties (afhankelijk van aard en omvang met rapportageverplichtingen die ingaan in 2024, 2025 of 2026); jaarlijkse EU-inkomsten genereren van meer dan € 150 miljoen, met een jaarlijkse netto-omzet van een EU-vestiging van € 40 miljoen (rapportageverplichtingen die ingaan in 2028), of jaarlijkse EU-inkomsten genereren van meer dan € 150 miljoen en eigenaar zijn van een EU-dochteronderneming die als een groot bedrijf wordt beschouwd (rapportageverplichtingen die ingaan in 2028).
  • Volgens de eerste Europese normen voor duurzaamheidsrapportage (ESRS), lag de focus tot nu toe duidelijk op milieu- en verbruiksgegevens, maar het belang van sociale indicatoren neemt ook toe. Milieugegevens hebben vooral betrekking op elektriciteits- en energieverbruik, de CO2-voetafdruk, afvalwater en de uitstoot van verontreinigende stoffen. Sociale gegevens weerspiegelen ook de werknemersstructuur, veiligheid en gezondheid in het bedrijf. De governancegegevens omvatten bijvoorbeeld informatie over de implementatie van de als materieel geïdentificeerde duurzaamheidskwesties in de organisatiestructuur van het bedrijf en de implementatie van de duurzaamheidsstrategie in het beleid van het bedrijf. Het verstrekken van de gegevens door de bedrijven en het verifiëren van de gegevens door de financierende partij vergt veel inspanning.

Effectieve rapportage is niet mogelijk zonder een diepgaand begrip van de toeleveringsketen, wat op zichzelf effectieve due diligence vereist. Naast het willen vergroten van het "doen" in plaats van alleen het "rapporteren", leggen EU-beleidsmakers daarom steeds vaker ook duurzaamheidsdue diligence-verplichtingen op aan zowel bepaalde EU- als niet-EU-bedrijven, waardoor deze bedrijven (en via hen ook leveranciers en in veel gevallen kopers van deze bedrijven) worden gedwongen om bepaalde schadelijke activiteiten te identificeren, voorkomen en beëindigen. De laatste prestatie op dit gebied is de aanneming van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD).

Het SFDR heeft betrekking op alle financiële marktdeelnemers en financiële adviseurs in de EU en alle aanbieders van financiële producten die binnen de EU worden aangeboden. De SFDR beoogt een gelijk speelveld te creëren wat betreft transparantie met betrekking tot duurzaamheidsrisico's in deze markten, de overweging van negatieve duurzaamheidseffecten in gerelateerde beleggingsprocessen en het verstrekken van duurzaamheidsgerelateerde informatie met betrekking tot financiële producten. De SFDR vereist dat vermogensbeheerders zoals AIFM's en UCITS-beheerders prescriptieve en gestandaardiseerde openbaarmakingen verstrekken over hoe ESG-factoren worden geïntegreerd op zowel entiteits- als productniveau. Een aanzienlijk deel van de SFDR is van toepassing op alle vermogensbeheerders, ongeacht of ze een expliciete ESG- of duurzaamheidsfocus hebben.

Er vinden voortdurend ontwikkelingen plaats op dit gebied. Zo probeert de EU het algemene EU-kader voor duurzaamheidsverslaglegging en due diligence te verduidelijken en optimaliseren.

Conclusie

Effectieve rapportage is niet mogelijk zonder een diepgaand begrip van de toeleveringsketen, wat op zichzelf effectieve due diligence vereist. Naast het willen vergroten van het "doen" in plaats van alleen het "rapporteren", leggen EU-beleidsmakers daarom steeds vaker ook duurzaamheidsdue diligence-verplichtingen op aan zowel bepaalde EU- als niet-EU-bedrijven, waardoor deze bedrijven (en via hen ook leveranciers en in veel gevallen kopers van deze bedrijven) worden gedwongen om bepaalde schadelijke activiteiten te identificeren, voorkomen en beëindigen. De laatste prestatie op dit gebied is de aanneming van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD), waarover we in een apart stuk berichten.